Aanvulling: handhaving campers aan de Brouwersdam

In onze eerdere nieuwsbrief bespraken we de bekeuringen voor camperaars die langs de Brouwersdam zouden hebben overnacht. Sindsdien hebben we de plaatselijke regelgeving verder onderzocht.

Daaruit blijkt dat verschillende wettelijke grondslagen kunnen zijn gebruikt. Welke bepaling op de beschikking staat, is beslissend voor het verweer.

Parkeren is een verkeersgedraging

Een camper is verkeersrechtelijk doorgaans een personenauto van voertuigcategorie M1 en carrosserietype SA – kampeerwagen.

Wanneer zo’n voertuig op of langs een voor het openbaar verkeer openstaande weg staat, is dat in de eerste plaats parkeren. Parkeren is een verkeersgedraging die wordt geregeld door de Wegenverkeerswet en het RVV.

Daarvoor is niet altijd een gemarkeerd parkeervak nodig. Ook langs de weg kan parkeren toegestaan zijn, zolang geen verkeersregel, officieel parkeerverbod of andere geldige beperking wordt overtreden.

De aanwezigheid van slaapplaatsen verandert het voertuig niet automatisch van een geparkeerde personenauto in een kampeermiddel dat daadwerkelijk voor kamperen wordt gebruikt.

Mogelijk verschillende grondslagen

Bij de handhaving kunnen ten minste drie bepalingen een rol spelen.

Artikel 4:18 APV

Artikel 4:18 APV verbiedt het plaatsen of geplaatst houden van een kampeermiddel:

“ten behoeve van recreatief nachtverblijf”.

Hier moet dus worden bewezen dat de camper met het oog op recreatief nachtverblijf op die plaats stond.

De enkele vaststelling dat:

  • het voertuig een camper is;
  • het na zonsondergang aanwezig was;
  • iemand in het voertuig aanwezig was;
  • of iemand daarin sliep,

bewijst nog niet automatisch dat sprake was van recreatief nachtverblijf.

Waarom iemand slaapt, verandert niets aan de verkeersrechtelijke kwalificatie parkeren. Maar wanneer artikel 4:18 APV wordt gebruikt, heeft de gemeente zelf het bestanddeel “recreatief” in de verbodsbepaling opgenomen. Dat bestanddeel moet dan ook worden bewezen.

Artikel 2:7 Grevelingenverordening

Voor het Schouwen-Duivelandse deel van het Grevelingengebied kan daarnaast artikel 2:7 van de Grevelingenverordening gelden.

Deze bepaling verbiedt tussen zonsondergang en zonsopgang het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten een toegestaan kampeerterrein.

De definitie van kampeermiddel is zo ruim dat daaronder ook een voertuig valt dat voor recreatief nachtverblijf kan worden gebruikt. Bij een letterlijke toepassing zou daardoor zelfs een lege camper na zonsondergang niet mogen blijven staan.

Dan ontstaat een andere juridische vraag:

Wordt hier werkelijk kamperen gereguleerd, of functioneert de bepaling feitelijk als een nachtelijk parkeerverbod voor M1/SA-personenauto’s?

Een gemeente mag vanuit natuur- en recreatiebelangen aanvullende regels stellen. Zij moet daarbij wel rekening houden met artikel 2a Wegenverkeerswet en kunnen uitleggen waarom de beperking niet met een verkeersbesluit en officiële verkeerstekens wordt geregeld.

Artikel 5:6 APV

Ten slotte kan artikel 5:6 APV een rol spelen. Deze bepaling gaat over kampeermiddelen en andere voertuigen die voor recreatie of andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt en die langer dan drie achtereenvolgende dagen aanwezig zijn.

Deze regeling betekent niet dat overal drie nachten mag worden overnacht. Maar artikel 5:6 kan evenmin worden toegepast wanneer niet is aangetoond:

  • dat het voertuig langer dan drie achtereenvolgende dagen aanwezig was;
  • en dat het voor recreatieve of andere dan verkeersdoeleinden werd gebruikt.

Alle gemeentelijke wegen aangewezen

Voor artikel 5:6 heeft het college kennelijk alle wegen binnen de gemeente Schouwen-Duiveland aangewezen.

Zo’n gemeentebrede aanwijzing is niet automatisch ongeldig, maar moet wel deugdelijk en evenredig worden gemotiveerd. De gemeente moet kunnen uitleggen:

  • waar daadwerkelijk parkeerdruk of overlast bestaat;
  • waar campers het uiterlijk aanzien aantasten;
  • waarom ook afgelegen wegen en parkeerplaatsen zijn aangewezen;
  • welke reële alternatieven beschikbaar blijven;
  • waarom een beperktere aanwijzing niet voldoende is.

De Nationale ombudsman heeft eerder gewezen op het belang van duidelijke en consistente gemeentelijke informatie over camperparkeren. Dat is geen bindende uitspraak dat iedere gemeentebrede aanwijzing ongeldig is, maar het onderstreept wel dat burgers moeten kunnen begrijpen welke regel waar geldt.

“Brouwersdam” is onvoldoende nauwkeurig

De Brouwersdam ligt binnen verschillende gemeenten, provincies en beheersgebieden. Niet iedere locatie die in de praktijk als Brouwersdam wordt aangeduid, valt automatisch onder dezelfde verordening.

Bij iedere bekeuring moet daarom worden vastgesteld:

  • waar de camper exact stond;
  • binnen welke gemeente;
  • binnen welk verordeningsgebied;
  • aan welke zijde van de weg;
  • welke instantie en verbalisant bevoegd waren;
  • welke bepaling op die exacte locatie gold.

Een algemene pleeglocatie als “Brouwersdam” kan daarvoor onvoldoende zijn.

De onofficiële camperborden

De rechthoekige borden met een doorgestreepte lichtblauwe camper en de tekst “overnachten niet toegestaan” zijn geen officiële RVV-verkeerstekens.

Zo’n bord kan daarom niet zelfstandig een verkeersrechtelijk parkeerverbod creëren. Het kan hoogstens informeren over een plaatselijke verordening.

Daarbij blijft onduidelijk:

  • welke verordening wordt bedoeld;
  • welk artikel geldt;
  • waar het verbodsgebied begint en eindigt;
  • wat onder “overnachten” wordt verstaan;
  • of slapen of reeds parkeren na zonsondergang wordt bedoeld.

Het informatiebord kan geen ontbrekend verkeersbesluit of officiële RVV-bebording vervangen.

Welk verweer past bij welke bepaling?

De beschikking moet eerst zorgvuldig worden gelezen:

  • Bij artikel 4:18 APV is het verweer dat recreatief nachtverblijf niet is bewezen.
  • Bij artikel 2:7 Grevelingenverordening is onder meer de vraag of de bepaling feitelijk als nachtelijk parkeerverbod wordt toegepast.
  • Bij artikel 5:6 APV moeten het bijzondere gebruik en een aanwezigheid van meer dan drie achtereenvolgende dagen worden bewezen.
  • Bij een RVV-overtreding moet worden aangetoond welke concrete verkeersregel of welk officieel verkeersteken is overtreden.

Een foto van een camper die na zonsondergang langs de weg staat, bewijst in de eerste plaats dat daar een camper geparkeerd stond. De foto bewijst niet automatisch recreatief nachtverblijf, een verblijf van meer dan drie dagen of een aanvullende kampeerhandeling.

Model bezwaar/verzet beschikbaar

Naar aanleiding van deze aanvullende bevindingen hebben wij een uitgebreid model bezwaar/verzet opgesteld.

Daarin zijn onder meer opgenomen:

  • de verschillende mogelijke wettelijke grondslagen;
  • het ontbreken van een exacte pleeglocatie;
  • het werkingsgebied van de Grevelingenverordening;
  • de kwalificatie van de camper als M1/SA-personenauto;
  • het onderscheid tussen parkeren en kamperen;
  • artikel 2a Wegenverkeerswet;
  • de onofficiële bebording;
  • de driedagenregeling;
  • de evenredigheid van de gemeentebrede aanwijzing;
  • het opvragen van het proces-verbaal en overige bewijsstukken.

Download hier het model bezwaar/verzet:
Model bezwaar Brouwersdam

Controleer vóór indiening welk rechtsmiddel op de beschikking wordt genoemd. Tegen een strafbeschikking moet doorgaans binnen veertien dagen verzet worden ingesteld. Voor andere beschikkingen kan een andere procedure en termijn gelden.

Tot slot

Onze eerdere nieuwsbrief blijft in de kern overeind, maar vraagt deze belangrijke aanvulling: er bestaat niet één algemeen “overnachtingsverbod”. De precieze wettelijke grondslag bepaalt wat de overheid moet bewijzen en welk verweer kan worden gevoerd.

De hoofdvraag blijft:

Is naast de verkeersrechtelijke parkeerhandeling een afzonderlijke verboden gedraging bewezen?

Zonder exacte locatie, duidelijke wettelijke grondslag en concrete feiten mag niet automatisch worden aangenomen dat iedere camper die na zonsondergang langs de Brouwersdam staat, verboden kampeert.

Share

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie