Camperaars bekeurd na zonsondergang: parkeren is geen kamperen
Op verschillende locaties staan rechthoekige informatieborden met een campersymbool en de tekst “Overnachten niet toegestaan”. Maar wanneer verandert parkeren juridisch in kamperen?
Illustratieve afbeelding: een onofficieel informatiebord is geen verkeersbord uit het RVV 1990.
Geen officieel RVV-bord
De gebruikte borden behoren niet tot de officiële verkeerstekens uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Ze kunnen daarom niet zelfstandig een verkeersrechtelijk parkeer-, stop- of toegangsverbod instellen.
Daarvoor zijn officiële RVV-borden nodig en kan tevens een verkeersbesluit vereist zijn.
Een onofficieel bord kan bezoekers wel informeren over een verbod dat rechtstreeks uit een andere regeling voortvloeit, bijvoorbeeld de Algemene plaatselijke verordening. De juridische grondslag voor een bekeuring moet dan in die regeling worden gevonden en niet in het informatiebord zelf.
Wat verbiedt de APV?
Artikel 4:18 van de APV Schouwen-Duiveland bepaalt:
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
Volgens artikel 4:17 valt een camper onder het begrip kampeermiddel.
De APV stelt dus niet het slapen in een camper strafbaar. De verboden gedraging is het ten behoeve van recreatief nachtverblijf plaatsen of geplaatst houden van een kampeermiddel buiten een toegestaan kampeerterrein of een aangewezen plaats.
Dat onderscheid is belangrijk.
Slapen is geen zelfstandige overtreding
In een camper kan worden gegeten, gerust, verbleven en geslapen. Waarom iemand in de camper slaapt, is voor de beoordeling van het parkeren niet van belang. Slapen is op zichzelf niet de overtreding die in artikel 4:18 APV wordt omschreven.
Ook de volgende omstandigheden bewijzen niet automatisch dat de camper ten behoeve van recreatief nachtverblijf is geplaatst:
- de camper staat er na zonsondergang;
- de gordijnen of verduistering zijn gesloten;
- er zijn mensen in de camper;
- iemand slaapt in de camper;
- de slaapplaats is ingericht.
Een bed behoort immers tot de normale inrichting van een camper. Handhaving moet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwen dat het voertuig op die plaats werd geplaatst of geplaatst gehouden ten behoeve van recreatief nachtverblijf.
De enkele mededeling dat camperaars na zonsondergang “toch bleven staan” sluit niet aan bij de tekst van artikel 4:18. In dat artikel staat geen tijdstip waarop een geparkeerde camper moet vertrekken.
Het bord is juridisch te algemeen
De tekst “Overnachten niet toegestaan” wekt de indruk dat iedere overnachting of iedere slapende inzittende een overtreding oplevert. De APV is anders geformuleerd en richt zich op het doel waarvoor het kampeermiddel wordt geplaatst of geplaatst gehouden.
Bovendien is het bord geen officieel RVV-verkeersbord. Een weggebruiker kan op grond daarvan niet worden bekeurd voor het negeren van een verkeersrechtelijk parkeerverbod.
Dat betekent niet dat artikel 4:18 APV niet kan worden gehandhaafd. Wel moet duidelijk zijn:
- welke wettelijke bepaling is overtreden;
- welke concrete gedraging is vastgesteld;
- en uit welke feiten blijkt dat de camper ten behoeve van recreatief nachtverblijf was geplaatst.
Spanje maakt het onderscheid duidelijker
Spanje gebruikt twee heldere begrippen:
- estacionar: parkeren;
- acampar: kamperen.
De Spaanse verkeersdienst DGT heeft dit onderscheid in maart 2026 opnieuw vastgelegd in Instrucción PROT 2026/04.
Volgens de DGT is een camper geparkeerd wanneer:
- het voertuig correct staat en binnen de parkeermarkering blijft;
- alleen de wielen contact met de grond maken;
- geen luifel, stabilisatiepoten, tafels, stoelen of andere zaken buiten de voertuigomtrek worden geplaatst;
- geen vloeistoffen of hinderlijk geluid naar buiten komen.
Wat de inzittenden binnen doen, is voor de beoordeling van het parkeren niet relevant. Zij mogen in het voertuig eten, verblijven en slapen. Zolang de activiteit niet buiten het voertuig treedt, blijft sprake van parkeren.
De DGT vat dat helder samen: estacionar no es acampar — parkeren is geen kamperen.
Objectieve kenmerken bieden duidelijkheid
De Spaanse regels gelden niet in Nederland. De benadering laat wel zien hoe parkeren en kamperen aan de hand van objectief waarneembare omstandigheden van elkaar kunnen worden onderscheiden.
Er wordt gekeken naar wat er met en rond het voertuig gebeurt. Wat mensen binnen doen, wordt niet als maatstaf gebruikt.
In Nederland zorgt de formulering “ten behoeve van recreatief nachtverblijf” juist voor discussie. Handhavers moeten proberen vast te stellen met welk doel een camper op een parkeerplaats staat. Voor camperaars is ondertussen niet duidelijk wanneer gewoon parkeren volgens een gemeente zou veranderen in recreatief nachtverblijf.
Een onofficieel bord met de algemene tekst “Overnachten niet toegestaan” neemt die rechtsonzekerheid niet weg.
Zijn de boetes rechtmatig?
Zonder de processen-verbaal en beschikkingen kan niet worden beoordeeld of de afzonderlijke boetes terecht zijn opgelegd. Dat hangt af van de gebruikte feitcode, de wettelijke grondslag en de vastgelegde feiten.
Wel staat vast:
- het onofficiële bord schept geen zelfstandig RVV-verbod;
- slapen in een camper is niet de gedraging die artikel 4:18 strafbaar stelt;
- na zonsondergang blijven staan is op grond van dat artikel niet zelfstandig verboden;
- parkeren en recreatief nachtverblijf zijn juridisch verschillende begrippen;
- handhaving moet de overtreding per geval met concrete feiten onderbouwen.
Wanneer uitsluitend is geconstateerd dat een camper na zonsondergang geparkeerd bleef staan of dat er mensen in sliepen, is een boete juridisch aanvechtbaar.
Wie een beschikking ontvangt, moet daarom goed controleren welke feitcode en wettelijke bepaling daarop staan. De brief van het CJIB vermeldt of beroep of verzet mogelijk is en binnen welke termijn dat moet gebeuren.


