Brandbeveiliging

Brandbeveiliging

Brandbeveiliging

Brandbeveiliging

Brandbeveiliging, brand komt altijd onverwacht. Zie bijvoorbeeld ons reisverslag op  17 juni 2016, waar brand ontstond in een camper. Het voorkomen en blussen van brand in de camper is dan ook iets om bij stil te staan. Maar gaat het branden dan is het redden van de inzittende het belangrijkste.  Sinds we camperen hebben we al verschillende malen (beginnende) camperbranden gezien en een enkele maal een uitgebrande camper. Tijd om aandacht aan brandbeveiliging te besteden.

Brandblusser

Ik ben geen brandweerman, maar heb me in het onderwerp verdiept omdat ik de juiste blusmiddelen aan boord wil hebben. Een blusmiddel moet zo min mogelijk nevenschade in de camper veroorzaakt. Brand komt altijd onverwacht en snel handelen is daarbij een eerste vereiste. DSC07202Nadat we ons hebben laten voorgelichten, hebben wij de camper uitgerust met een 2 liter ABF-blusser, een blusdeken en een rookmelder.

Waarom deze keuze? Om goed te blussen ben je aangewezen op klassieke blusstoffen. Die zullen op een of andere manier altijd wat nevenschade veroorzaken. Het is dan ook zaak om te kiezen voor een blusstof, die effectief blust en zo min mogelijk nevenschade veroorzaakt. Het minst schade heb je bij een CO2-brandblusser, maar die is niet geschikt voor kleine ruimtes als campers. Schuim is een optie, maar is niet vorstbestendig. De zekerste oplossing voor campers is een kleine ABF-blusser als blusvoorziening. Ze veroorzaken in tegenstelling tot poeder enkel nevenschade op die plaatsen waar je blust, en hebben als voordeel dat ze vorstvrij zijn en ook geschikt zijn om branden op basis van vetten te blussen. Een 2 liter ABF-blusser brengt je een heel eind op weg en is nog vrij makkelijk op te bergen.

Daarnaast:

  • Zorg dat alle inzittenden op de hoogte zijn van de werking van de blusmiddelen. Bel altijd 112
  • Bij een beginnende brand zo mogelijk de gasflessen uit de camper halen en de accuklemmen losmaken. Kan dit niet dan laten zitten of na het blussen alsnog doen. Bedenk dat de brand kan weer opvlammen en uw veiligheid en die van de omstanders voor alles gaat.

Blussen.

  • Iedereen die met de camper mee gaat dient de werking van de ABF brandblusser te kennen.
  • Blus eerst, indien nodig een vluchtweg voor alle inzittenden. De brandbusser moet dus binnen handbereik worden geplaatst.
  • krijgt u de brand niet onder controle, zorg dan voor een ruime afzetting van de brandende camper i.v.m. ontploffingsgevaar van de aanwezig gasflessen.
  • Indien dat zonder gevaar kan, ontkoppel de gasflessen en haal die uit de camper.
  • Koppel de accuklemmen los van zowel de huishoud- als start accu.

Zorg voor een blus systeem in de camper. Wij adviseren dan ook  een 2L ABF blusser.

Gasflessen

  • Zet een gasfles altijd op een voor gasflessen bestemde plaats, zoals in de disselbak in de camper.
  • Zet de fles altijd rechtop en zorg dat hij niet kan omvallen.
  • De plek waar u uw gasflessen bewaart, moet koel, goed geventileerd en onbereikbaar voor kinderen zijn.
  • Gebruik geen slangen die langer zijn dan 1,5 meter. Let erop dat dit goedgekeurde hogedrukslangen zijn. Vernieuw de slangen ten minste eens per twee jaar.
  • Zorg voor goede slangverbindingen: gebruik slangtule en slangklemmen.
  • Sluit gasflessen af als u ze niet gebruikt. Doe dit met uw handen, niet met gereedschap.
  • Controleer de aansluitingen regelmatig op lekkage met vloeibaar afwasmiddel.
  • Laat werkzaamheden aan gasleidingen liever over aan vakmensen.

Geen LPG in ‘normale’ gasflessen.

Het gebruik van LPG (autogas) in (normale) gasflessen is levensgevaarlijk en bovendien verboden. In tegenstelling tot een (auto)gastank voor LPG heeft een gasfles namelijk geen overvulbeveiliging. Bij herhaald overvullen met LPG kan de gasfles bezwijken, met alle rampzalige gevolgen van dien. Laat het vullen van gasflessen over aan erkende gasvulstations.

Gebruik voor LPG daartoe geschikte dampastanks of dampgasflessen.

Drukregelaar(s)

Gebruik altijd de juiste drukregelaar tussen gasfles en gasapparaat. De vereiste gasdruk vindt u op het typeplaatje van het gasapparaat. Gaat u op een gasfles apparaten met verschillende drukken aansluiten, dan moet u ook verschillende drukregelaars gebruiken. Uiteraard monteert u de regelaar die de hoogste druk doorlaat, het dichtst bij de gasfles. Vervang drukregelaars om de vijf jaar, met het oog op slijtage van bewegende delen.

Gastoestellen

Laat gastoestellen jaarlijks controleren, schoonmaken en afstellen. Zorg altijd voor goede ventilatie in ruimten waarin ze worden gebruikt. Houd gordijnen, handdoeken en andere makkelijk brandbare materialen op veilige afstand van uw kook- en verwarmingstoestellen.

Elektriciteit

Gaat u zelf werken aan de elektrische installatie van uw camper, doe het dan veilig en volgens de voorschriften. De spanningswaarden in een camper zijn 220 volt en 12 volt. Een spanning van 12 volt is niet altijd ongevaarlijk. Brandgevaar kan ontstaan als bijvoorbeeld de bedrading niet in orde is, of als u extra lampen of apparaten op de 12-voltinstallatie aansluit. De aansluiting van de camper op een 220-voltinstallatie is het veiligst als u de blauwe, spatwaterdichte CEE-stekker en een neopreenkabel (van maximaal 20 meter lang) gebruikt. Rol de kabel altijd helemaal af, zo voorkomt u warmteontwikkeling. Campers met CEE-aansluiting zijn geaard. Heeft uw camper geen CEE-aansluiting? Dan moet u een aardlekschakelaar plaatsen. Zorg er ook voor dat de metalen delen van uw camper (wanden, chassis, aanrechtblad) geaard zijn. Pas altijd op met water en elektriciteit. De buitenverlichting van uw camper moet bijvoorbeeld spatwaterdicht zijn. Wat u ook van plan bent, lees voor het klussen eerst de gebruiksaanwijzing van alle materialen, toestellen en gereedschappen die u gaat gebruiken.

Zie ook:

  1. Brandveiligheid camperplaatsen / campings.
  2. Vervoer van uw gasfles(sen).
  3. Mag de gasfles open tijdens het rijden?
Share

Geef een reactie