Binnentreden

Binnentreden in een camper.

Mogen opsporingsambtenaren zoals politie en douane in Nederland zomaar binnentreden in uw camper?

Het EVRM en De Grondwet beschermen het binnentreden in een woning, maar ook in het woongedeelte van de camper.

Artikel 12

  1. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen.
  2. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen.
  3. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten, indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen verstrekking blijvend verzet.

Een sluitende definitie van het begrip woning is er niet. Van belang is dat het een ruimte dient te betreffen waar zich daadwerkelijk privé-huiselijk leven afspeelt. Een deel van een camper kan dan ook als woning worden beschouwd en wel het deel dat voor bewoning bestemd is, de cabine van de camper zal daar meestal niet onder vallen. Wanneer u de opsporingsambtenaren niet vrijwillig in het voor bewoning bestemde gedeelte toelaat, zullen zij niet binnen mogen tenzij zij in het bezit zijn van een machtiging tot binnentreden. (bedenk als de camper niet bewoond is en bijv. in de winteropslag staat, er van het begrip “woning” waarschijnlijk geen sprake meer is

Het begrip “woning”

Het huisrecht strekt tot bescherming van het ongestoorde gebruik van de woning. Het begrip woning omvat de ruimten die tot exclusief verblijf voor een persoon of voor een beperkt aantal in een gemeenschappelijke huishouding levende personen ingericht en bestemd zijn. Door het huisrecht wordt dus niet de eigendom of de huur van een woning beschermd.

Of een ruimte een woning is, wordt niet zonder meer bepaald door uiterlijke kenmerken zoals de bouw en de aanwezigheid van een bed en ander huisraad, maar ook door de daaraan werkelijk gegeven bestemming. Woning is derhalve een ruim begrip, ook een woonboot, stacaravan, tent en keet. kunnen hieronder worden verstaan. Zelfs een hotelkamer kan onder het begrip woning vallen. Een bepaalde ruimte kan ook uit meer woningen bestaan. De verschillende kamers in een woongroep gelden bijvoorbeeld als aparte woningen. Dit geldt ook voor een binnen een woning gelegen kamer van een kamerbewoner.

Spoedeisende situaties

Artikel 2, derde lid van de Algemene wet binnentreden voorziet in de bevoegdheid om in uitzonderlijke omstandigheden zonder machtiging en zonder toestemming de woning binnen te treden. Dit is bijvoorbeeld het geval in situaties waarbij ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen dreigt, zoals bij de ontdekking op heterdaad van een geweldsdelict in een woning of de aanwezigheid in een woning van een bewapend persoon die van zijn wapen gebruik zou kunnen maken. De politieambtenaar die geen machtiging op zak heeft en die terstond moet optreden, is dan voor het binnentreden niet op toestemming van de bewoner aangewezen en is bevoegd om zonder toestemming binnen te treden. Men kan ook denken aan gevallen waarin de belangen van de bewoner ernstig worden aangetast. Hierbij kan worden gedacht aan ontdekking op heterdaad van een inbraak in de woning. Indien de opsporingsambtenaar de bewoner, bijvoorbeeld als gevolg van diens afwezigheid, niet om toestemming tot binnentreden kan vragen, is hij bevoegd om ter bescherming van diens belangen zonder machtiging binnen te treden. Onder deze omstandigheden bestaat er dus steeds de noodzaak om terstond op te treden en is binnentreden zonder toestemming en zonder machtiging gerechtvaardigd. Op het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner, blijft ook bij spoedeisende gevallen de Algemene wet op het binnetreden zo veel mogelijk van toepassing. Het spoedeisende karakter van de situatie is derhalve voornamelijk van invloed op het hebben van een machtiging. Dat betekent dat deze bevoegdheid slechts kan worden uitgeoefend door personen die bij of krachtens de wet bevoegd zijn verklaard zonder toestemming van de bewoner binnen te treden. Van het binnentreden zal een verslag moeten worden gemaakt.

Bovenstaande betekent dat bij z.g.n. illegaal kamperen de politie niet in de camper mag komen. Dat mag alleen als zij dat met uw toestemming doen of wanneer zij dat tegen uw wil doen, in het bezit van een machtiging tot binnentreden .

Douane.

Binnentreden op grond van de Algemene douanewet

Voor de douane gelden andere bepalingen m.b.t. het binnentreden in een woning. Bij een onderzoek in een woning mogen alleen ambtenaren die door de inspecteur zijn aangewezen en die een machtiging van de inspecteur hebben gekregen, een woning zonder toestemming van de bewoner binnentreden.  (artikel 1:23, lid 3, Algemene douanewet). Tevens is de inspecteur bevoegd om vervoermiddelen en de op of in die vervoermiddelen aanwezige woningen aan controle te onderwerpen.  De bevoegde inspecteur is hier de inspecteur in wiens ambtsgebied het vervoermiddel zich bevindt.

De formele bepalingen bij het binnentreden in een woning zijn als volgt:

  • Voor het binnentreden moet het legitimatiebewijs worden getoond en de mededeling worden gedaan over het doel van het binnentreden. De wet kan hierop uitzonderingen maken.

  • Aan de bewoner moet een schriftelijk verslag van het binnentreden worden verstrekt. Deze voorschriften zijn verder uitgewerkt in de Algemene wet op het binnentreden.

Met toestemming mag dus altijd worden binnengetreden!

Andere landen.

De landen die het Europese Verdrag tot Rechten van de Mens hebben getekent dienen zich aan artikel 8 van het EVRM te houden:

Artikel 8. Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven

  1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

  2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Handige links en jurisprudentie

 

 

Share

Geef een reactie