Waar mogen camperaars nog veilig parkeren? Gemeenten passen APV verkeerd toe

Beste lezers,

Steeds meer gemeenten passen artikel 5:6 van de APV zó breed toe, dat campers vrijwel nergens meer langer dan drie dagen mogen parkeren — zelfs niet als het om normaal parkeren gaat, zonder enige vorm van overnachten of recreatief gebruik. Veel gemeenten wijzen daarbij alle straten in de bebouwde kom aan. Als voorbeeld: sommige gemeenten wijzen alternatieve locaties aan, zoals afgelegen industrieterreinen. Die plekken zijn vaak slecht verlicht, nauwelijks gecontroleerd en daardoor zeer inbraakgevoelig.

Dat is opvallend, want parkeren is onderdeel van normaal verkeersgebruik. Een camper is een voertuig van categorie M1 en mag juridisch niet anders worden behandeld dan een grote personenauto, tenzij daar een verkeerskundig motief voor bestaat. Eventuele overlast of recreatief gebruik valt al onder andere APV-artikelen (zoals artikel 4:18 over overnachten).

Daarom hebben we een voorbeeldbrief opgesteld waarmee iedere camperbezitter — inwoner of bezoeker — de gemeente kan vragen waar men de camper wél veilig en rechtmatig mag parkeren. Gemeenten hebben namelijk een zorgvuldigheidsplicht en moeten duidelijk kunnen aangeven welke locaties beschikbaar en bruikbaar zijn.

Je kunt de brief hieronder gratis downloaden en zelf gebruiken:

Download de voorbeeldbrief in Word.

Met deze brief kun je de gemeente vragen om:

  • concrete locaties waar parkeren langer dan 3 dagen wél is toegestaan;

  • informatie over de veiligheid van die aangewezen locaties;

  • alternatieven voor inwoners die hun camper op een normale en veilige manier moeten kunnen parkeren.

Hoe meer camperaars deze vraag stellen, hoe groter de kans dat gemeenten hun beleid herzien en redelijke, veilige oplossingen bieden.

Ontvang je een reactie van jouw gemeente? Laat het ons weten — we verzamelen de uitkomsten om inzicht te krijgen in hoe gemeenten met camperparkeren omgaan.

  • – – – – – – – – –
  • Jurisprudentie: Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt onze uitleg

    In de uitspraak ECLI:NL:RVS:2014:2155 oordeelde de Raad van State dat artikel 5:6 APV alleen mag worden toegepast wanneer een voertuig feitelijk wordt gebruikt voor andere dan verkeersdoeleinden. Het uiterlijk of de kampeeruitrusting van een voertuig is niet voldoende om handhaving te rechtvaardigen.
    De gemeente moet aantonen dat er daadwerkelijk sprake was van recreatief of niet-verkeersmatig gebruik. Zonder die feitelijke onderbouwing is handhaving juridisch niet houdbaar.

Share

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie