Zwaaien

Zwaaien

Het gebaar van naar elkaar zwaaien, zowel op de motor als in de camper, vindt zijn oorsprong in een ver verleden. Motorrijden was destijds geen luxe, maar eerder een betaalbaar alternatief voor auto’s. Thermokleding, verwarmde handvatten en Goretex waren nog niet uitgevonden. Bovendien waren de motoren minder betrouwbaar en de wegen van mindere kwaliteit dan vandaag de dag, waardoor pech of een ongelukje altijd op de loer lagen.

In die tijd, wanneer je op een koude winterdag, beschermd door niet veel meer dan een krant onder je jas, werd getroffen door hagelbuien en een mede-motorrijder tegenkwam, was een eerbiedig gebaar van herkenning op zijn plaats. Je begreep elkaars ontberingen en wist dat je op elkaar kon rekenen in geval van nood. Telefoons hadden toen nog snoeren, maar je wist dat je vriend zou stoppen om te helpen of hulp te halen als dat nodig was. Dit wederzijdse respect legde de basis voor een traditie.

Bij kampeerauto’s was de dynamiek anders. In de beginjaren waren er maar weinig kampeerauto’s, en deze vormden een hechte gemeenschap. Er bestonden geen aangewezen camperplaatsen, dus men stond vrij in de natuur of op parkeerplaatsen. Het gezelschap van andere kampeerauto’s gaf een gevoel van veiligheid, en men zocht elkaars gezelschap op. Vaak waren de kampeerauto’s zelfgebouwd, wat een gevoel van verbondenheid versterkte. Onderweg hielp men elkaar, ongeacht nationaliteit, en er werd naar elkaar gezwaaid als teken van erkenning.

Het is jammer dat deze tradities langzaamaan verdwijnen en individualisme de overhand lijkt te krijgen. Hoewel er nog steeds wordt gezwaaid, is het gebaar steeds selectiever geworden en stopt men zelden meer om hulp te bieden.

Zwaaien

Share