Parkeren of kamperen? Zo voorkom je misverstanden bij handhaving.

Parkeren, rusten en slapen in de camper: waar ligt de grens met “recreatief overnachten”?

Veel campergebruikers herkennen het: je staat keurig geparkeerd, je rust of slaapt in de camper, en toch ontstaat discussie met handhaving. De kern is meestal hetzelfde: wanneer ben je gewoon aan het parkeren (met normaal gebruik), en wanneer wordt het “recreatief overnachten” (kamperen) in de openbare ruimte?

Het gaat dus niet om “slapen” op zichzelf, maar om recreatief overnachten: het gebruiken van de openbare ruimte als verblijfplek.

Een praktisch en eerlijk uitgangspunt is:

  • Parkeren/rusten = binnen de omtrek van je voertuig blijven, niets uitstallen.

  • Recreatief overnachten (kamperen) = de openbare ruimte in gebruik nemen als verblijfplek met voorzieningen/gedrag (campinggedrag).

Met deze checklist voorkom je veel gedoe — en sta je sterker als het tóch misgaat.


1) Parkeren / stilstaan (incl. rusten of slapen in het voertuig)

Parkeren of stilstaan is in beginsel toegestaan, mits parkeren op die plek überhaupt mag (verkeersregels, borden, markeringen, lokale regels).

Onder “parkeren/stilstaan” valt in elk geval:

  • Eten en rusten/slapen ín het voertuig.

  • Het voertuig veilig zekeren op een helling (wielkeg/stootblok; wiel tegen de stoeprand).

  • Dakluik/ventilatie-openingen gebruiken, zolang er niets buiten de voertuigomtrek uitsteekt.

  • Normaal “inwendig gebruik” zonder dat je buiten spullen neerzet of voorzieningen naar buiten gebruikt.

Let op: in natuurgebieden of op terreinen met aparte regels kunnen aanvullende verboden gelden (bijv. overnachten). Dat kan losstaan van APV-regels over recreatief overnachten/kamperen en verschilt per gebied.


2) Recreatief overnachten (kamperen) / campinggedrag (vaak verboden buiten kampeerterrein)

Veel APV’s (en de handhaving in de praktijk) richten zich op recreatief overnachten/kamperen buiten kampeerterreinen. Dat moet je vooral herkennen aan objectief waarneembaar campinggedrag: je neemt de openbare ruimte in gebruik alsof het een verblijfplek is.

Voorbeelden van recreatief overnachten/kamperen (campinggedrag):

  • Stoelen, tafels, barbecue, kleed, waslijn/wasrek, opstapje of andere spullen buiten het voertuig.

  • Luifel/voortent of andere overkapping uitzetten/gebruiken.

  • Ramen/kleppen/constructies openen die buiten de omtrek komen of als uitbouw functioneren.

  • Steunpoten uitdraaien / levellen (of vergelijkbare handelingen) die duiden op “installeren als verblijfplek”.

  • (Afval)water lozen of laten wegstromen; toilet legen.

  • Aggregaat, overmatig geluid, afval achterlaten, hinder/overlast veroorzaken.


3) Waarom dit onderscheid zo belangrijk is

Als regels consequent worden toegepast, hoort “recreatief nachtverblijf” vooral te worden gekoppeld aan campinggedrag — en niet aan het enkele feit dat iemand in het voertuig rust of slaapt.

Dat maakt handhaving:

  • objectief (waarneembare gedragingen),

  • voorspelbaar (minder willekeur),

  • en eerlijker voor mensen die alleen rusten.


4) In de praktijk gaat het tóch mis: bekeuringen zonder campinggedrag

We zien (en horen) dat opsporingsambtenaren soms toch bekeuren of wegsturen, terwijl er feitelijk geen campinggedrag is. Voor veel campergebruikers voelt dat alsof je wordt gestraft voor iets dat op zichzelf niet strafbaar zou moeten zijn: rusten/slapen in het voertuig, zonder dat je de openbare ruimte als verblijfplek gebruikt.

Wat kun je dan het beste doen?

  • Blijf rustig en feitelijk. Vraag op welke regel/grond men zich baseert.

  • Leg de situatie vast. Foto’s van alle kanten: geen stoelen, geen luifel, niets buiten de omtrek, geen lozing, geen afval.

  • Vraag om concrete feiten in het verslag/proces-verbaal: welke objectief waarneembare omstandigheden zouden “recreatief overnachten/kamperen” aantonen?

  • Maak bezwaar als de sanctie feitelijk is gebaseerd op rusten/slapen zonder campinggedrag.

  • En als dat nodig is: ga door naar beroep. Zonder rechterlijke toets blijft de praktijk te afhankelijk van interpretatie.


5) Heb je een rechtsbijstandsverzekering? Dan is doorpakken vaak eenvoudiger

Voor mensen met een rechtsbijstandsverzekering is bezwaar en (zo nodig) beroep vaak beter vol te houden. Je kunt dan:

  • de zaak juridisch laten beoordelen,

  • hulp krijgen bij het opstellen van bezwaar/beroep,

  • en in een goede “testcase” consequenter doorzetten.

Praktische tip: meld het direct en stuur je bewijs meteen mee (foto’s, borden, korte feitenlijst, en het punt dat er geen campinggedrag was).

Heb je geen rechtsbijstand? Bezwaar kan nog steeds, maar kies dan bij voorkeur de sterkste gevallen (parkeren toegestaan, geen spullen buiten, geen lozing, geen overlast).


6) Korte koppeling met gemeentelijke regels (APV) – waarom “objectief” zo belangrijk is

In veel gemeenten ziet de APV-bepaling over “kamperen buiten kampeerterreinen” op recreatief overnachten (recreatief nachtverblijf) buiten een aangewezen terrein. Het is daarom logisch en juridisch zuiver om dat vooral te herkennen aan objectief waarneembaar campinggedrag (uitstallen, luifel, lozen, installeren, overlast) — en niet aan het enkele feit dat iemand in het voertuig rust of slaapt.

Als “slapen in de camper” zonder verdere gedragingen al als kamperen wordt gezien, ontstaat willekeur. Heldere criteria geven iedereen duidelijkheid: campergebruikers én handhavers.


7) Eén zin om te onthouden

Parkeren/rusten = binnen de omtrek, niets uitstallen;
recreatief overnachten (kamperen) = verblijfsgedrag met voorzieningen/gedrag naar buiten.


Snelcheck vóór je gaat rusten/slapen

✅ Parkeren toegestaan op die plek (borden/markering)?
✅ Niets buiten de camper (geen stoelen/kleed/luifel)?
✅ Geen lozing, geen afval, geen overlast?
✅ Dakluik/ventilatie oké zolang je binnen je contour blijft?
✅ Extra alert in natuur- en beschermde gebieden?


Oproep

Heb jij ervaring met bekeuren/wegsturen terwijl je geen campinggedrag vertoonde? Stuur je voorbeeld (plaats, datum, wat er precies gebeurde en welke feiten belangrijk zijn). Hoe meer concrete cases, hoe beter zichtbaar wordt waar de praktijk ontspoort — en waarom duidelijke grenzen (desnoods via de rechter) nodig zijn.

En eerlijk is eerlijk: elke nacht dat je onderweg slim en netjes parkeert, scheelt overnachtingskosten — en dan voelt die motorrijtuigenbelasting net wat minder als een vaste last.

Share

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie