Parkeren en slapen in een camper: wat mag wel, wat niet – en waar gaat het mis.

Inleiding

Steeds meer gemeenten sluiten camperplaatsen en scherpen hun APV aan. Daarbij wordt regelmatig ook het slapen of overnachten in een voertuig verboden of ontmoedigd. Dat leidt tot verwarring, onrust én onveilige situaties. Want wat is nu eigenlijk het probleem: het slapen zelf, of het gedrag dat soms daarmee wordt geassocieerd?

Op deze pagina leggen we uit waarom parkeren en slapen in een camper in beginsel niet verboden zouden moeten zijn, hoe regelgeving bedoeld is, en waar gemeenten de plank doorschieten.


Parkeren is toegestaan, reguleren mag – verbieden niet zomaar

Parkeren op de openbare weg is een normaal gebruik. Gemeenten mogen dat reguleren via verkeersmaatregelen, parkeerduur, vergunningen of zones. Maar het uitgangspunt blijft: parkeren is toegestaan, tenzij er een concrete reden is om in te grijpen.

Dat uitgangspunt raakt uit beeld wanneer parkeren wordt gekoppeld aan wat iemand in het voertuig doet – zoals rusten of slapen.


Slapen is geen kamperen

Het enkele feit dat iemand in een camper slaapt, maakt die camper nog geen kampeermiddel.
Kamperen veronderstelt een recreatief verblijf met bijkomende activiteiten of voorzieningen. Slapen is iets anders: het is menselijk gedrag en vaak noodzakelijk, bijvoorbeeld door:

  • vermoeidheid,

  • gezondheid,

  • verkeersveiligheid,

  • onvoorziene omstandigheden.

Het gelijkstellen van slapen aan kamperen is juridisch onjuist en leidt tot disproportionele handhaving.


Verkeersveiligheid: oververmoeid rijden is óók strafbaar

Oververmoeid rijden kan leiden tot gevaarlijk rijgedrag en valt onder artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Bestuurders worden dus geacht tijdig te stoppen en te rusten.

Beleid dat rusten of kortdurend overnachten in een voertuig praktisch onmogelijk maakt, werkt dat veiligheidsdoel tegen. Het verhoogt de drempel om te stoppen en vergroot de kans dat mensen toch doorrijden terwijl ze eigenlijk zouden moeten rusten.


“Slapen op de openbare weg” is een ongelukkige formulering

Veel APV’s kennen een bepaling over “slapen op of aan de weg”. Die regels zijn bedoeld om overlast, vervuiling of onveiligheid aan te pakken, niet om het enkele feit dat iemand slaapt te bestraffen.

Wanneer “slapen = overtreding” het uitgangspunt wordt, raakt de regel los van zijn doel en komt de evenredigheid in het geding.


Waarom de vergelijking met boten wél klopt

Op meren, kanalen, grachten en langs vaarwegen liggen boten regelmatig (soms gratis) met mensen die aan boord slapen. Ook daar gelden regels, maar het uitgangspunt is niet dat slapen verboden is.

Het verschil tussen water en land is vooral bestuurlijk gegroeid, niet principieel. Als een passantenregime op het water mogelijk is, kan dat op land ook.


Vrijheid als uitgangspunt, handhaving bij concrete problemen

Een redelijke en juridisch houdbare benadering is:

  • Parkeren en kortdurend rusten/slapen in een voertuig zijn in beginsel toegestaan.

  • Handhaving is gericht op concrete overlast of gevaar, zoals:

    • lozen of vervuiling

    • campinggedrag (stoelen, luifel, BBQ)

    • gevaarlijke of hinderlijke locaties

    • langdurige bezetting of vestiging

Niet op het enkele feit dat iemand slaapt.


Aanwijzen van plekken is een hulpmiddel, geen voorwaarde

Het aanwijzen van specifieke overnachtlocaties kan nuttig zijn waar het écht druk is. Maar dat mag geen voorwaarde worden om überhaupt te mogen rusten.
Aanwijzen is een beheerinstrument, geen legitimatie om elders alles te verbieden.


Conclusie

Wie parkeren en slapen gelijkstelt aan kamperen, creëert problemen in plaats van oplossingen.
Wie stuurt op gedrag en overlast, houdt ruimte voor verkeersveiligheid, vrijheid en redelijkheid.

Brief die gebruikt kan worden richting gemeente.

Share