Parkeren en de bepalingen in de APV.

Wat is een kampeerauto?

Kampeerauto’s zijn auto’s bestemd en gemaakt om mee over de wereld te zwerven, leuke plaatsen te bekijken en er kortere of langere tijd in te verblijven. Op deze manier ervaren de gebruikers van kampeerauto’s hun “vrijheid”. Kampeerauto’s zijn niet gemaakt om (langere tijd) op een camping te staan. De kampeerautogebruiker is te vergelijken met een botenbezitter: neerstrijken, recreëren, consumeren, overnachten en verder trekken. Op het moment dat de kampeerautogebruiker is zijn kampeerauto stapt, is zijn vakantie begonnen. Want door de eigen vuil- en schoonwatertanks, douche, keuken en slaapgelegenheid is de kampeerautogebruiker, net als de bootbezitter selfsupporting. Hij kan gaan en staan waar hij wil. Overnachten vraagt maar om weinig voorzieningen, zoals om de paar dagen een watertappunt, een vuilwaterafvoerput en een lozingspunt voor het (cassette)toilet.

Bepalingen in de Algemene plaatselijke verordeningen.

Gemeenteraden hebben op grond van artikel 149 van de Gemeentewet verordende bevoegdheden. Het vaststellen van de APV of artikelen in de APV is geen verplichting, maar een bevoegdheid. Het is een bevoegdheid, die voortkomt uit de autonome verordenende bevoegdheid van de raad voor het grondgebied van de gemeenteregels te stellen, dit voor zover die niet in strijd komen met hogere regels.

Bij het vaststellen van bepalingen in de APV’s moeten een aantal wettelijke afwegingen worden gemaakt. Omdat in bijna alle gemeentenregels over kampeerauto’s tegenkomen, lijkt het of deze regels worden vastgesteld omdat ze nu éénmaal in de model-APV staan en niet omdat het, na afweging van alle belangen, noodzakelijk is.

Bij het vaststellen van de bepalingen heeft u de navolgende afwegingen moeten maken.

Wettelijke afwegingen voordat bepalingen vastgesteld mogen worden.

  • Wanneer gemeenteraden een bepaling vaststellen moet deze voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
  • Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene Wet bestuursrecht).
  • Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.
  • Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. (dus ook de belangen van de kampeerautobezitter).
  • De voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen (art.3:4 AWB).
  • Beperkingen moeten noodzakelijk zijn in een democratische samenleving in het belang van de nationale veiligheid of van de openbare veiligheid, voor de handhaving van de openbare orde, voor de voorkoming van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of van de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
  • Rekening houden met bestaande jurisprudentie.

Van bovenstaande afwegingen is naar mijn mening geen of onvoldoende sprake geweest bij het samenstellen van de door mij bedoelde wettelijke bepalingen. Meer over de te nemen afwegingen kunt u lezen bij het kenniscentrum Wetgeving en Juridische Zaken, met name het “Integraal Afwegingskader beleid en regelgeving”.

Parkeren binnen een gemeente.

Langer dan enkele dagen parkeren voor in- en uitladen van een camper is verboden. Ik vraag me af of uw gemeenteraad bevoegd is om dergelijke verboden in de Algemene plaatselijke verordening (APV) op te nemen. Het verbod om campers langer dan enkele dagen te parkeren wordt geregeld in de Algemene plaatselijke verordening, waarbij door gemeenten gebruik wordt gemaakt van het begrip “parkeerexessen”.

Op initiatief van de VNG heeft de Tweede Kamer door middel van een amendement een nieuw artikel 2a in de Invoeringswet Wegenverkeerswet (WvW 1994) ingevoegd. Dit artikel luidt als volgt: “Provincies, gemeenten en waterschappen behouden hun bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, voor zover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voor zover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.” Hierbij werd vooral gedacht aan de regeling van parkeerexcessen, zoals ook blijkt uit de toelichting bij dit amendement. Artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994 geeft derhalve aan dat Gemeenteraden de bevoegd hebben om bij parkeerexcessen bepalingen vast te stellen. De gemeentelijke verordening die regels stelt omtrent “parkeerexcessen” is de Algemene plaatselijke verordening. Een exces is iets dat  het aanvaarbare overschrijdt, dit moet dus afgewogen worden alvorens de Gemeenteraad  een verbod instelt. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat op alle door uw gemeente aangewezen plaatsen sprake is van een parkeerexces dat dan ook pas na enkele dagen een exces wordt, immers de eerste dagen is het vrijgelaten.

Naar mijn mening zijn de afwegingen die de gemeenteraadsleden hebben gemaakt onvoldoende, waardoor de rechtmatigheid van de regelgeving bijzonder discutabel is.

Overige zaken m.b.t. dit verbod.

  • Het verbod in de APV’s betreft meestal uitsluitend voertuigen tijdens hun gebruik voor recreatieve of andere niet-verkeersdoeleinden. Immers er staat in het betreffende artikel: “Het is verboden een voertuig dat voor recreatie dan wel anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd” waarna de opsomming van verboden volgt. Kampeerauto’s zijn geparkeerd en parkeren heeft geen enkel recreatiedoel en valt derhalve niet onder de geldende bepaling.
  • De regels m.b.t. parkeren zijn geregeld in, bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994. Op grond van artikel 122 van de Gemeentewet is de gemeente niet bevoegd zaken te regelen die reeds door een wet, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening worden geregeld. De wegenverkeerswet zegt in artikel 2a dat: “provincies, gemeenten en waterschappen behouden hun bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, voorzover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen”. De gemeente heeft dan ook geen verordende bevoegdheid waar het het parkeren van kampeerauto’s betreft. De betreffende regels zijn op grond van artikel 122 Gemeentewet dan ook van rechtswege vervallen.
  • Van een regelgevende overheid mag verwacht worden dat zij waar nodig differentiatie aanbrengt in de regelgeving. In tegenstelling tot een caravan kan de kampeerauto ook (zelfs primair) voor dagelijks gebruik (woon-werkverkeer) benut worden. Dat kan niet met caravans en differentiatie binnen de regelgeving is dan ook gerechtvaardigd.
  • Er ontstaat door de betreffende regelgeving in het artikel rechtsongelijkheid. Door het niet gedefinieerde begrip “schadelijk voor het aanzien” waarbij een vuil en verroest bestelbusje wel overal mag staan en eenzelfde keurig busje ingericht als kampeerauto niet. Primair leidt deze regeling tot willekeur; wordt dit onderdeel van het bestemmingsplan en komt er een Welstandscommissie???.

 Jurisprudentie en andere bepalingen.

  • Uit jurisprudentie (de Rechtbank Utrecht LJN AA3583 SBR 00/1938 d.d.12-12-2000) blijft dat het aanwijzen van alle wegen binnen de bebouwde kom buitensporig is omdat niet overal onvoldoende parkeerruimte is . Het aanwijzen van alle wegen binnen de bebouwde kom is dan ook disproportioneel, er zijn vele plaatsen binnen de bebouwde kom waar kampeerauto’s geparkeerd kunnen worden zonder de in het artikel genoemde doelstellingen worden aangetast, de belangen van camper van kampeerautobezitters in de gemeenten worden hierdoor onevenredig geschaad. (artikel 3:4, tweede lid, Awb).
  • Nergens is een goede aanduiding waar niet geparkeerd mag worden. Voor vrachtauto’s en bussen staan vaak nog borden bij binnenkomst van de gemeente. Borden met kampeerauto’s ontbreken. Overigens is de vraag of een dergelijke aanduiding voldoende zou zijn. De Nationale Ombudsman schreef: “Een burger moet ervan op aan kunnen dat als de overheid voorschriften vaststelt, deze helder zijn en goed uitvoerbaar. In de dagelijkse maatschappelijke praktijk heeft een burger regelmatig te maken met diverse overheidsinstanties. Het gaat dan niet alleen om landelijk werkende instanties, maar ook om regionale en lokale instellingen, ieder met eigen regels voor vaak nauw verwante onderwerpen.(Rapport 2012/189).
  • Van de regelgevende overheid mag verwacht worden dat zij belangen afweegt (art 3:4 AWB) Inbraakgevoelige kampeerauto’s moeten vaak op plaatsen geparkeerd worden waar het risico op inbraak groot is, immers in ieder kampeerauto zijn veel voorwerpen en goederen aanwezig. Van de overheid mag verwacht worden dat op de aangewezen plaatsen veilig een camper gestald kan worden. Hiervan is veelal geen sprake.

Kent u gemeenteraadsleden, dan is het goed ze deze toelichting te laten lezen.

Share

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie