Rijden met een camper.

Rijden met een camper.

  1. Zorg dat je weet hoe lang, breed en hoog de camper is (incl. accessoires).
  2. Voor het wegrijden controlerenĀ of de stroomkabel is opgeborgen enĀ daken, kasten en laden zijn afgesloten. Denk ook om de koelkastdeur.
  3. belading, berg zware spullen zo laag mogelijk op bij voorkeu op een plaats tussen beide assen, dit voorkomt slingeren en overbelaste achteras of te weinig druk op de voorwielen. Blijf beneden het toegestane gewicht.
  4. Denk bij het sturen aan de overzwaaiende achteroverbouw. Maak bochten ruimer.
  5. Gebruik beide buitenspiegels, dus zowel de gewone als de dodehoekspiegel.
  6. Bedenk dat de grote vlakken van een camper meer wind vangen dan een personenauto. Rij dus een verantwoorde snelheid. Neem langzaam gas terug bij slingeren. Bij korte stoten, bijvoorbeeld bij het passeren van een vrachtauto gas geven op het moment dat je de windstoot kunt verwachten. De krachten heffen elkaar dan op.
Share