APK keuring en gasflessen.

APK keuring en gasflessen.

Tijdens de APK keuring worden de gasflessen gekeurd. Ik vraag mij of dat in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen. Dit ondanks dat het in de APK regeling staat.

Mag de (damp)gasfles gekeurd worden bij de APK?

De APK regeling geeft aan dat (damp)gasflessen, die niet mede voor voortstuwing worden gebruikt, gekeurd moeten worden, dit lijkt mij in strijd met hogere wetgeving.

Mijn redenering:

Artikel 72 van de Wegenverkeerswet gaat over de keuring van motorrijtuigen.

(motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning).

De regeling voertuigen zegt over LPG: LPG-installatie: het geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van Liquefied Petroleum Gas (LPG)”.

Ook in ons verzoek aan de Minister om het Besluit LPG tankstations te wijzigen schreef de Minister o.a.: “Het wordt niet mogelijk gemaakt om bij een LPG-tankstation alle vast gemonteerde tanks te vullen (dus niet voor aandrijving, maar bijvoorbeeld alleen voor verwarming of bakken en braden). Er is namelijk geen keuringsregime voor deze installaties. De tank voor aandrijving wordt door de Rijksdienst voor het wegverkeer gekeurd bij de APK-keuring en tanks voor tractie gecombineerd met verwarming moeten aan Europese regelgeving voldoen. Daarom weten we dat deze tanks aan veiligheidseisen voldoen en wordt het wel mogelijk gemaakt om deze tanks te vullen.

Gelet op de wettelijke bepalingen en de reactie van de Minister ben ik van mening dat deze gasflessen geen deel uit kunnen maken van de APK keuring.

Reactie overheid en RdW

Ik stelde deze vraag aan de overheid, die mij verwees naar de Rijksdient voor het Wegverkeer, deze mailde mij:

Ja, ook deze brandstofsystemen worden beoordeeld bij een APK keuring. Het is een vrij simpele beoordeling. De gasfles moet deugdelijk te zijn bevestigd en er mag geen lekkage aanwezig zijn, in aangeboden toestand. Er worden dus geen gaskranen opengedraaid, als er geen gasbus aanwezig is, wordt er geen beoordeling gedaan. Zie hiervoor de volgende toelichting bij onze online regelgeving: https://handboek.rdw.nl/personenautos/motor/brandstofsystemen#collapsible-3-ad35db01-4425-4124-b036-b8dd0fe93a1d.

Dat dit in de APK regeling stond en dat men dat op deze wijze beoordeelde was mij bekend. Overigens worden er dus regelmatig wel gaskranen opengedraaid. Ik mis de wettelijke onderbouwing in hun bericht. Ik heb dus wederom naar de RdW gemaild: “Dank voor uw bericht, maar ik mis de wettelijke basis zoals ik in de email had aangegeven. Kunt u mij dat ook aangeven, mede omdat de Minister aangeeft dat ze niet gekeurd worden. Ook vind ik geen reactie op de door mij aangedragen wettelijke bepalingen.

Op 11 december 2017 ontving ik de volgende reactie van de RdW:

“De controle van gastanks t.b.v. een kookstel of verwarming is een rechtstreeks gevolg van de introductie van de Europese APK Richtlijn 2010/48/EU van 5 juli 2010. In bijlage 2 van deze Richtlijn wordt onder punt 6.1.3 genoemd: “Brandstoftanks en – leidingen (incl. tanks en brandstofleidingen voor verwarming)”. Ook in de nieuwe, op stapel staande, Richtlijn 2014/45/EU wordt deze controle genoemd. Dit zijn de minimale eisen waarop elk EU lidstaat moet controleren bij een periodieke keuring (APK).”

In deze richtlijn staat onder punt 6 “CHASSIS EN MET HET CHASSIS VERBONDEN DELEN”, hiervan is bij (damp)gasflessen geen sprake.  Ik blijf dus bij mijn standpunt dat de keuring onrechtmatig is. Ik heb dit aan de RdW aangegeven en om een reactie verzocht.

2e reactie RdW.

“Ik begrijp dat u het niet eens bent met onze antwoorden op uw vragen. Maar in de 2014/45 wordt nergens iets beschreven dat de aanwezige gastanks aan het chassis moeten zijn verbonden. De enige eis is dat de aanwezige gastank/fles deugdelijk aan het voertuig moet zijn verbonden. Wat dat is wordt overgelaten aan het technisch inzicht van de keurmeester.

Wanneer u het niet eens bent met de tekst van de wet (in dit geval artikel 5.*.9 eerste lid van de Regeling voertuigen) kunt u altijd contact opnemen met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, met het verzoek om bijlage 1 onderdeel 6.1.3 van Richtlijn 2014/45EU aan te laten passen en als gevolg van deze aanpassing de Regeling voertuigen te laten wijzigen.”

Het gaat naar mijn mening niet om een wijziging van de Richtlijn, maar om een onjuiste uitleg daarvan. Ik heb mijn zienswijze dus nu aan het Ministerie voorgelegd.  Zij bevestigden mijn email bericht:

“Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw e-mail van 11 december 2017, die wij via Informatie Rijksoverheid hebben ontvangen.

Uw vraag is in behandeling genomen. We streven ernaar om vragen die via Informatie Rijksoverheid worden gesteld, binnen vier weken te beantwoording.

Het is mogelijk dat beantwoording in dit geval meer tijd vergt, omdat er misschien meer intern overleg is dan bij andere vragen.

De door u aangedragen argumenten geven geen aanleiding om de stellingname van de RDW niet te onderschrijven. Gelet op de Regeling voertuigen en de APK-richtlijn, waaraan die regeling uitvoering geeft, is het terecht dat de RDW bij de APK oog heeft voor gasflessen die onderdeel van het voertuig zijn en gebruikt worden voor verwarmings- of kookdoeleinden.

Dank voor uw bericht, jammer dat u niet aangeeft waar mijn juridische onderbouwing spaak gaat. De Minister heeft dan ook de verkeerde argumenten gebruikt neem ik aan.

Reactie 1-02-2018

Uw vraag aan Informatie Rijksoverheid is voor beantwoording doorgestuurd aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hieronder vindt u de reactie.

In het verlengde van uw eerdere vraag stelt u dat in het antwoord een afdoende juridische onderbouwing ontbreekt

In verband daarmee wijs ik u op het volgende.

Sinds 1 mei 2009 worden bij de APK-keuring naast het hoofdbrandstofsysteem van de basisauto ook andere brandstofsystemen gecontroleerd. Dat is bijvoorbeeld de gasinstallatie voor huishoudelijke toepassing in de kampeerauto. Er wordt gecontroleerd op lekkage en beschadiging van de drukhouder(s) (zie: Staatsblad 2009, 38 en 184 en https://handboek.rdw.nl/personenautos/motor/brandstofsystemen & http://docplayer.nl/1232329-De-apk-per-1-mei-wijzigingen-alleen-voor-apk-2-wijzigingen-voor-apk-1-en-2.html).

De installatie voor huishoudelijk gebruik van gas in de Europese kampeerauto voldoet aan de Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR 2577 (zie: https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NPR-25772006-nl.htm).

In Nederland gebeurt de bevestiging van de zogenaamde “liggende” drukhouders volgens de voorschriften van de Bijlage X van de Regeling Voertuigen. De appendages die op deze drukhouders zitten voldoen aan de VN/ECE 67. Ook deze voorschriften zijn opgenomen in de NPR 2577 (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0025798/2018-01-01#BijlageX).

Volledigheidshalve vestig ik tenslotte nog uw aandacht op het feit dat in bijvoorbeeld Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland een tweejaarlijkse G607 gaskeuring verplicht is. Er zijn campings waar naar het G607 keurmerk wordt gevraagd.

In 2017 is de BOVAG gestart met een opleiding waarmee er nu een aantal Nederlandse bedrijven is die deze keuring kunnen uitvoeren (zie: http://leden.bovag.nl/Actueel/Nieuws/2017/73-Nederlandse-monteurs-hebben-diploma-gaskeuring).

 

 

Share